U bevindt zich hier:WieKiest»Kies Cultuur»Kies Taal»West-Germaanse talen: een grote taalfamilie


West-Germaanse talen: een grote taalfamilie

    West-Germaanse talen: een grote taalfamilie

    De West-Germaanse talen worden met name gesproken in het noord-westen van Europa. De grootste West-Germaanse taal is het Engels. Deze taal is een wereldtaal en wordt op elk continent gesproken. Ook het Duits is een grote Germaanse taal. Deze taal is met name in Europa aanwezig. Het Nederlands is ook een West-Germaanse taal. Deze taal is in Europa ook goed vertegenwoordigd. De West-Germaanse talen zijn nauw aan elkaar verwant en is een hecht taalfamilie. Men zegt vaak dat het Nederlands tussen het Engels en het Duits in zit qua woordenschat, klank en grammatica.

    De West-Germaanse talen

    De Germaanse talen zijn in een aantal verschillende groepen in te delen. De subgroep met de meeste sprekers is de West-Germaanse subgroep. In deze groep zijn onder andere Engels en Duits te vinden. Ook het Nederlands, Fries en Nedersaksisch hoort hier thuis. Naast de West-Germaanse subgroep bestaat de Noord-Germaanse subgroep. In deze groep horen de Scandinavische talen thuis. Denk dan bijvoorbeeld aan Deens, Zweeds, Noors en IJslands. De Oost-Germaanse subgroep is uitgestorven. Een taal die in deze subgroep hoorde was onder andere het Gotisch.

    De West-Germaanse talen zijn:

    • Engels
    • Friese talen
    • Nederduits (waaronder Nederfrankisch en Nedersaksisch)
    • Hoogduits (waaronder Luxemburgs, Duits en Jiddisch)

    Engels als West-Germaanse taal

    De grootste West-Germaanse taal is het Engels. Deze wereldtaal wordt door ongeveer 335 miljoen mensen gesproken. Het gaat in dit geval om mensen die het Engels als eerste taal hebben. Als we mensen meetellen die het Engels als tweede taal hebben komen we op veel meer mensen uit: ongeveer 505 miljoen. De taal is de op één na grootste taal van de wereld.

    Friese talen

    De Friese talen bestaan uit een aantal talen die onderling van elkaar verschillen. De Friese talen worden in Nederland, Duitsland en Denemarken gesproken. Het Fries dat in Nederland wordt gesproken heet het Westerlauwers Fries. In Duitsland wordt het Saterfries en Noordfries gesproken. In een klein deel van zuid-Denemarken wordt ook Noordfries gesproken.

    • Westerlauwers Fries: gesproken in Nederland
    • Saterfries: gesproken in Duitsland
    • Noordfries: gesproken in Duitsland en Denemarken

    Fries is een kleine taal met ongeveer 500.000 duizend sprekers. De taal werd vroeger in een veel groter deel gesproken dan nu het geval is. Ook in de provincie Groningen werd Fries gesproken. Het Fries staat het dichts bij het oud-Engels. Veel Friese woorden komen overeen met het Engels van vandaag. Onderlinge verstaanbaarheid is niet meer mogelijk.

    Nederduits

    Het Nederduits is een overkoepelende term voor veel verschillende talen en dialecten. De grootste subgroepen zijn het Nederfrankisch en het Nedersaksisch.

    De talen (en taalvariëteiten) die bij het Nederfrankisch horen zijn:

    • Nederlands (Zeeuws, Brabants, Limburgs, Vlaams, Hollands)
    • Afrikaans

    Nederlands is de grootste taal van het Nederfrankisch. De taal wordt door ongeveer 23 miljoen mensen gesproken in een aantal verschillende landen. Van de 23 miljoen mensen met het Nederlands als moedertaal wonen er 16 miljoen in Nederland. Een groot deel, 6 miljoen, woont in België. Ook in Zuid-Amerika is het Nederlands te vinden. In het land Suriname hebben ongeveer 400.000 mensen het Nederlands als moedertaal.

    In Europa is het Nederlands een vrij grote taal. De taal komt in Europa op plaats acht. De talen Roemeens, Spaans, Pools, Italiaans, Engels, Frans en Duits zijn allen groter. In Europa is Duits de taal met de meeste sprekers.

    De talen (en taalvariëteiten) die bij het Nedersaksisch horen zijn:

    • Nedersaksische taalvariëteiten (Twents, Drents, Veluws, Gronings, Gelders-Overijssels, Twents-Graafschaps, Stellingwerfs)

    Het Nedersaksisch wordt gesproken in Nederland, Duitsland en Denemarken. Het aantal sprekers van alle Nedersaksische variëteiten komt neer op ongeveer 1.8 miljoen sprekers. De meeste sprekers van het Nedersaksisch zijn te vinden in Groningen. In Duitsland wordt het Nedersaksisch gesproken in Ost-Friesland. In Denemarken wordt de taal door een kleine minderheid gesproken in zuid-Denemarken. 

    Hoogduits

    Het Hoogduits bestaat uit een groep met een aantal talen. Standaard Duits is het meest bekend en wordt in heel Duitsland gesproken. Het standaard Duits bestaat uit een aantal dialecten en streektalen. Een Hoogduitse dialect is bijvoorbeeld het Keuls. Ook het Limburgs wordt vaak gerekend onder het Hoogduits omdat het Limburgs kenmerken vertoont die het standaard Duits ook heeft. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan de Hoogduitse klankverschuiving:

    • Maken - Machen
    • Appel - Apfel

    In Europa is het Hoogduits de meest gesproken taal. Het Hoogduits wordt onder andere gesproken in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België en Luxemburg. 

    Laatst aangepast op zaterdag, 10 januari 2015 19:27

    Gerelateerde artikelen

    Laat een reactie achter op dit artikel

    Weet jij meer over dit onderwerp? Plaats dan hier je toevoeging!

    1 Reactie

    • John Lenaerts

      Keuls is zeker geen Hoogduits, maar Rijnlands wat - dacht ik - tot de Middelduitse groep wordt gerekend omdat het niet alle hoogduitse klankverschuivingen heeft gekend. De uiterste k->ch (ich mache das auch) wel, maar p->pf niet: appel.
      Het Limburgs is noch tot de Duitse of Nederlandse dialecten te rekenen. Zij neemt slechts gedeeltelijk deel aan deze uiterste Hoogduitse verschuiving van medeklinker (ich maak da ooch).
      Het Limburgs kenmerkt nog vele andere Duitse taaleigenschappen die niet tot de Hoogduitse klankverschuiving behoren: behoud van onderscheid tussen Westgermaanse klinkers evenals het Duits (OU: àud,hout / EE: bein, zee / UI: hoês,kruûs), woordenschat (sjikke, vare,...), umlaut bij vervoegingen van bn., zn., enk.v., mv. Het Limburgs kent meer naamvallen dan het A.N. en overeenkomsten met het Duits, doch minder dan het Duits, de [sj] vs de Nederlandse 'sch' en (in Nederlands-Limburg) ook 's' aan het begin en/of einde van een woord,...

      John Lenaerts donderdag 08 januari 2015 15:53 Reactielink